Puberbosbrand

Het is het vierde uur. Voor me werkt een klas met pubers aan haar opdrachten. Eén meisje werkt niet. Ze staart. Haar ogen zijn gericht op standje oneindig. Haar steile haren hangen naar beneden als een kletterende waterval. Haar vingers spelen wat met haar pen. Ze knippert af en toe, maar de rest van haar lichaam zit roerloos achter haar tafeltje. Ik laat haar. Als de bel gaat, vraag ik of er iets is. “Nee hoor, meneer. Ik zit vandaag gewoon niet zo lekker mijn vel.” “Is dat het enige?” probeer ik nog. “Ja.” Ik wens haar een fijne dag, waarna ze verdwijnt in de leerlingenmassa.

Lees verder

Geplaatst in onderwijs | Een reactie plaatsen

Bouillon als kerstdiner

“Ook zo toe aan vakantie?” Een collega spreekt me zuchtend aan terwijl ze in haar volle postvakje rommelt. Haar stem klinkt gebarsten, alsof ‘t haar eigenaar smeekt om te zwijgen. “Ik wel”, kraakt het, “enorm”. Ze perst het eruit zonder te wachten op mijn antwoord, om vervolgens weer in een vervuilde zee van sjokkende leerlingen te duiken, op jacht naar het lokaal waar de bacteriën al op haar zitten te wachten.

Lees verder

Geplaatst in Tilburg | Een reactie plaatsen

Dolende stapdertiger

Ik merkte het voor het eerst op toen ik student was. Was het toevallig ook in die Tilburgse kroeg. Kwam het even vragen of ik het daar wel leuk vond. Of ik misschien niet te oud was om daar te zijn. Toen al liet het me licht twijfelen. Lang deed ik in een kroeg alsof het er niet was. Trok ik me er niks van aan en feestte ik door. Altijd ging het dan wel weer weg. Maar sinds ik dertig ben, gaat het niet meer weg. Sinds ik dertig ben, zit het ieder weekend in mijn hoofd en stelt het me vragen. Al twee jaar gaat het ieder weekend mee op stap in Tilburg en ik kom er niet vanaf.


Deze column verscheen op de website van het Brabants Dagblad. Lees ‘m hier verder!
Geplaatst in Tilburg | Een reactie plaatsen

Of nie!

Ik woonde nog geen week in Tilburg toen ik voor het eerst tegen de grenzen van mijn eigen dialect aanliep. Het was tijdens een kort gesprek met mijn eerste Tilburgse voetbaltrainer. Ik zei hem dat ik mijn nieuwe voetbalteam zo leuk vond. Hij reageerde met: “Of nie!” Een pijnlijke stilte viel, waarna ik alleen nog het woord “jawel” kon uitbrengen, niet wetende wat hij nu precies bedoelde. “Un grôote kwèèk opzètte ôk nog.” Zoiets mompelde hij terwijl hij wegliep. Het duurde lang voordat ik besefte dat “of nie!” een bevestiging was op dat wat ik net had gezegd. Een soort bevestiging zoals “ja, he?” Ik kon er maar niet aan wennen. Nog langer duurde het tot ik begreep dat het Tilburgse “Joa, zeetie” een reactie was op een sterk verhaal dat ik had verteld, daar waar ik eerst helemaal niet begreep waarom iemand dat zei; ik had helemaal geen “joa” gezegd.

Lees verder

Geplaatst in taal, Tilburg | 2 Reacties

Hekel aan stiftjes

Cruijff, Van Basten en Bergkamp deden het. Kasper Dolberg deed het tegen Feijenoord en er zullen nog honderden mooiweervoetballers zijn die het gaan doen. En dat is heel fijn voor ze. Maar ik, als keeper, heb er een hekel aan: stiftjes. Van die balletjes die tergend langzaam over me heen gaan. Van die balletjes die je alleen maar kunt nakijken, hopend dat ze over of op de lat, maar niet onder de lat belanden. Omdat je aan de grond genageld staat en wacht op een normaal schot.


Ik heb niet alleen een hekel aan stiftjes; ik heb een hekel aan de voetballer die tijdens de training het stiftje uitvoert. De voetballer die de drie voorgaande ballen náást en óver het doel heeft geschoten of de bal niet eens heeft geraakt, omdat hij drie keer zijn eigen standbeen raakte. De voetballer die pas twee keer heeft afgewerkt, omdat hij de vorige vijf ballen moest halen achter het hek, terwijl zijn teamgenoten al acht keer aan de beurt zijn geweest. De voetballer die het dan maar met een stiftje probeert.

Nog een grotere hekel heb ik aan de voetballer die, als het stiftje lukt, juichend wegrent met zijn armen in de lucht alsof hij de koning is. Die voetballer die het vervolgens nog een keer probeert, omdat hij niet snapt hoe vernederend een succesvol stiftje is voor een keeper.

En daarom, als hij dit nog een keer probeert en zijn stiftje lukt niet, vang ik de bal en jaag ik deze over het hek. Om een statement te maken. Eigenlijk doe ik dit altijd als het stiftje mislukt. Voetballers snappen dit niet. Interesseert me niet, ik ben keeper. Leer eerst maar eens normaal schieten.    

Deze column verscheen ook op onderdelat.nl
Geplaatst in voetbal | Een reactie plaatsen

Dabben met je eten

Er was een tijd dat ik een tik op m’n achterhoofd kreeg van mijn pa als ik weer eens zat te dabben aan tafel. Tegenwoordig juichen mijn leerlingen als ik dab, om vervolgens zelf hetzelfde te doen, vierentwintig keer achter elkaar. Net zo lang tot hun pa hen de volgende dag ziek meldt door opgelopen arm- en nekklachten. Geeft het rotzooi? Nee. Wekt het irritatie op? Ja.


Lees ‘m verder op www.taalvoutjes.nl!

Lees hier al mijn columns voor Taalvoutjes.
Geplaatst in taal | 2 Reacties

Bottlegeflipt

Mijn leerlingen komen binnen en vier jongens gaan meteen om een tafeltje zitten in het lokaal waar ik zo wil beginnen met de les. Vanaf mijn bureaustoel zie ik dat een van de jongens de moeite neemt om zijn tas te openen voor het begin van de les. De andere drie kijken toe. Helaas haalt hij niet zijn boeken eruit, maar een flesje water. En dan begint het: vier jongens die om de beurt een flesje proberen te flippen, zodat –ie weer recht op tafel belandt, zonder om te vallen. In twee minuten valt het flesje vijf keer van tafel. Geen een keer lukt het trucje. Dan verhef ik mijn stem en beginnen we met de les. Terwijl ik de lesstof schrijf op het bord, hoor ik hoe verschillende flesjes van verschillende tafels nog verschillende keren vallen.


 
Het begon allemaal met een filmpje van de Belgische voetballer Jan Vertonghen die het er zo gemakkelijk uit liet zien. In juni pakte hij een halfvol flesje water bij de dop vast en liet ‘m in de lucht 360 graden draaien. Telkens belandde het flesje weer netjes rechtop staand op tafel. Dit herhaalde hij een aantal keer. De video van Vertonghen die zich verveelde en daarom even liet zien wat hij met een flesje water kan, werd een hit op internet. Sindsdien is de ‘bottle flip challenge’ hot bij de jongens op school. Een challenge die uit het niets is ontstaan, speciaal voor jongeren die zich kapot vervelen en toevallig een flesje in hun buurt hebben. Dan ben je op de middelbare school aan het juiste adres. 
 
De eerste week van dit schooljaar had ik nog geen flesje gezien. Even dacht ik dat het klaar was. Dat de challenge na de zomervakantie wel overgevlogen zou zijn. Dat de leerlingen het trucje zes weken lang hadden geoefend op de camping en er helemaal klaar mee waren toen ze na zes weken de challenge nog steeds niet voor elkaar hadden gekregen. Maar toen, in begin september, was er Marco Verrati. De voetballer van Paris Saint Germain dronk tijdens een wedstrijd een flesje water aan de rand van het veld, gooide dit naast zich weg op het veld en liep door. Op zich niet bijzonder, maar het flesje belandde rechtop staand in het gras. Marco Verrati wist het zelf niet, maar plots werd hij gebombardeerd tot koning van de Bottle Flip. Verrati ging viral.  
 

 

 

 

 

 

En nu zijn we een maand verder. Een maand lang hebben mijn leerlingen nu geprobeerd om hun flesje te flippen aan het begin van mijn lessen. Een maand lang heb ik gezien hoe flesjes vielen op tafel en stuiterden door het lokaal, zonder dat de challenge één keer lukte. Een maand lang ben ik de challenge aangegaan om mijn leerlingen netjes te vragen of ze hun flesjes in hun tas willen doen en deze niet meer tevoorschijn willen halen. En nu, nu ben ik er zelf klaar mee. Ik kan geen flesje meer zien. Ik raak geflipt.  
Geplaatst in taal | Een reactie plaatsen

Zweer

“Meneer, man! Dit kunt u echt niet maken. Ik heb u écht gemaild. Ah, kom op, meneertje. Ik wil écht over naar de derde. Dit punt kan me een jaar kosten. Dat wilt u toch niet?”

Naast mijn bureau staat de klassieke laatsteminuutsmeker. De leerling van alle tijden die altijd alles op het laatste moment aan laat komen. De leerling die de deadline bij iedere in te leveren opdracht even laat wankelen. Díe jongen, die altijd achterin zit en voor de verandering eens een keer naar voren is gelopen, smeekt mij nu om te voorkomen dat ik zijn behaalde punt halveer, omdat hij de opdracht te laat heeft ingeleverd.


Lees ‘m hier verder!

Lees hier al mijn columns voor Taalvoutjes.
Geplaatst in taal | Een reactie plaatsen

Easy money

Het is het laatste kwartier van de les. De stof is behandeld en ik heb tijd over. “Meneer, kunt u een filmpje opzetten?” Ik kijk naar de leerling die de vraag stelt en denk na. Natuurlijk kan ik gewoon een filmpje opzetten. Youtube zal vast de meest bekeken filmpjes van die dag keurig hebben gerangschikt. Maar ik wil niet zomaar een filmpje opzetten. Ik wil niet zomaar met mijn leerlingen een filmpje kijken, puur voor hun plezier. Ik wil dat het filmpje ergens aan bijdraagt.



Terwijl ik nog aan het nadenken ben, vliegen de vloggers me om de oren. “Enzo Knol! Stuk TV! Rapper Sjors! Gewoon Boef!” Vloggers; het is de nieuwe term voor vaak jonge jongens en meiden die op het briljante idee gekomen zijn om zichzelf te filmen terwijl ze van alles of juist helemaal niks aan het doen zijn. Commerciële bedrijven laten op hun beurt de populaire vloggers zweven zolang ze populair zijn; ze vullen de vlogs met reclames van hun merk. Plots verdienen de vloggers belachelijk veel geld voor een praatje of gekke actie, om vervolgens hard te vallen uit de handen van de commercie als de vlog geen kijkers meer trekt.

Ik besluit de laatste uitzending van RTL Late Night op te zetten en spring naar het kwartier waarin rapper Boef aan de tafel van Humberto Tan met woorden wordt afgemaakt door een nieuwslezer, misdaadjournalist en de minister van Defensie. Mijn leerlingen zijn stil en kijken geboeid.

Als het filmpje is afgelopen, probeer ik een discussie in gang te zetten. Ik vraag wat de leerlingen vinden van zijn actie naar de politie. Van zijn woorden die gevuld zijn met haat en frustratie en van het asociale gedrag in zijn vlogs. Ik vraag hen naar hun mening over de hangjeugd in Zaandam en over de filmpjes die worden gemaakt van de politie. Even is het stil. Even denk ik dat ik de leerlingen echt aan het denken heb gezegd. Maar ik kom bedrogen uit.
“Meneer, hij verdient veel, man! Heb je zijn auto gezien?” “Moddervette bak!” roept een ander. Het wordt al snel luidruchtiger. Ook voorin de klas leert een jongen me op een keurig betogende wijze de les. “Meneertje, dit is gewoon makkelijk geld verdienen. Easy money. Je weet toch. Die gast verdient twee duizend euro voor een optredentje van twintig minuten. En zijn filmpjes zijn gewoon leuk, man. Ik zou het wel weten, snap je.” Zo gaat het door tot de bel gaat.

Ik wens ze een fijne dag en blijf verslagen op mijn stoel zitten. Niks hebben mijn leerlingen gezegd over het asociale gedrag van Boef naar de politie, niks over zijn ontkenningen aan tafel, niks over de naïviteit van zijn acties of het brutale gedrag van die vlogger in Zaandam. Als ze de gang op lopen, zie ik hoe ze rapper Boef even nadoen. Zijn taal, zijn uitspraken, zijn loopje; dát zien ze. En misschien is dat maar beter ook. Leerlingen zien wat ze willen zien. Laat die ouwe zeiksnorren maar praten.
Geplaatst in taal | Een reactie plaatsen

Tolerant fucken

De trein rijdt rustig. Rustiger dan ik zou willen; achter me heeft een groepje luidruchtige meiden de treinbank geconfisqueerd. Trein, inboedel en reizigers zijn tot ergernis van velen het komende half uur in bezit van het groepje. Wij, de toeschouwers, willen eruit. Lees verder

Geplaatst in Over taal | Een reactie plaatsen