Ode aan de Laatste Man

De Laatste Man. Ik schrijf het graag met hoofdletters. Vind ik mooi. Hoe vaker ik de woorden uitspreek, hoe mooier het klinkt. Moet je eens doen. Paar keer ‘De Laatste Man’ zeggen. Met stiltes ertussen. Prachtig. Als een goeie zondagavondfilm. Een spannende thriller. Een dikke roman van David Baldacci. Bij ‘De Spits’ voel ik dat niet. Bij dat woord denk ik aan files of ballen over een vangnet. Maar ‘De Laatste man’ zeggen, dat doe ik graag. 

De Laatste Man zíjn, is wat anders. Ik ben niet graag De Laatste Man. Kan ook helemaal niet. Je wordt namelijk geen Laatste man; je bént het. De Laatste Man zijn zit in je bloed. In je genen. Je karakter. Sinds dat je op voetbal zit, weet je niet beter. Je bent De Laatste Man of je bent het niet. Dan nóg kun je overigens wél op de plek staan van De Laatste Man. Vaak ben je dan De Lange Laatste Man. Of Die Lange. De Lange Laatste man had niks in te brengen toen –ie ging voetballen en maar bleef groeien. Het enige wat bij hem in de genen zit, is zijn lengte. ‘Ga jij maar achterin staan, vent’, zei z’n trainer al snel.

Bijzonder eigenlijk. Dat ‘Die Lange’ altijd achterin wordt gezet. Omdat –ie dan waarschijnlijk ook wel goed kan koppen. Want als je lang bent, kun je koppen. Kun je niet koppen als je lang bent, klopt er iets niet. Ik heb een zwak voor dit soort slungelig ogende voetballers. Voetballers die dan in alle haast mee naar voren gaan bij een corner omdat ze zogenaamd goed kunnen koppen, maar eigenlijk geen idee hebben hoe ze die beweging vanuit hun nek naar de bal moeten maken, waardoor hun hoofd vaak maar per ongeluk een stukje leer raakt. Nog mooier: De Lange Laatste Man die in de laatste vijf minuten in de spits wordt gezet om daar oorlog te maken met z’n zogenaamde kopkracht. Gelul natuurlijk. 

De echte Laatste Man staat centraal achterin om het spel in de gaten te houden. Om bij te sturen als dat nodig is. Coachend. Schreeuwend. Applaudisserend. Als een verkeersagent op een chaotische kruising. Hij bepaalt wie erlangs komt en wie hard moet worden afgestopt. Hij, de leider, de Kapitein aan ’t roer van deze zinkende boot, bepaalt het tempo van het spel. Hij is te goed voor deze klasse en staat daarom achterin. Hij knapt fouten op. Loopt gaten dicht. Houdt spitsen tegen. De Laatste man is druk in het veld maar rustig erbuiten. Hij kijkt boos, is groot en kaal. Oké, misschien beschrijf ik hier gewoon Jaap Stam. Maar ik ken geen mooiere Laatste Man dan Jaap Stam. Met een naam die al verraadde dat niemand hem van zijn plek kon krijgen. Behalve in de rust. Dan was het Jaap Stam+Thee. 

Oké. Het kan zomaar zijn dat deze beschrijving niet lekker matcht met jullie Laatste Man. Dat jullie Laatste Man helemaal niet zo’n held is, maar een grote pisvlek. Zo’n chagrijnige vent voetballer die denkt dat –ie alles beter weet omdat –ie zogenaamd de lijnen uit zou moeten zetten en altijd loopt te zeiken. Op z’n keeper, z’n spits, z’n vlagger en de scheids. Zo’n Laatste Man die, als –ie net een enkel doormidden heeft getrapt, volgens hem alleen de bal raakte. Zo’n Man die, als –ie een bal in eigen doel kopt, volgens hem in z’n rug werd geduwd. Die, als –ie gescoord heeft omdat –ie bij een corner mee naar voren is gegaan, zonder te juichen terug naar zijn plek achterin loopt, ‘omdat scoren bij z’n taken hoort’. Zo’n Laatste Man bij wie de hersenen door dat vele koppen in z’n scheenbeschermers zijn gezakt. Misschien is jullie Laatste Man zelfs helemaal geen rots in de branding, maar een grote kapotte kabbelende mossel in een kinderbadje. Zo’n zielige vent die geen overwicht heeft, maar overgewicht en een grote muil. 

Dat kan. Maar onthoud dit: hoe goed of slecht je Laatste Man ook is; het is De Laatste Man. Hij kan er niets aan doen. Het zit in z’n genen. En trouwens: wie kopt anders die knoertharde ballen weg?  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.