Ode aan Telefoonloze Voetbaldag

Hartstikke mooi natuurlijk dat je dit stukje zit te lezen op je telefoon. Dat je de moeite neemt om ‘m te openen en dat je dit leest. Dat je überhaupt leest! Daarom sowieso al een driewerf hoera. Maar stiekem krijg ik er soms ’t schijt van. Dat er te weinig om ons heen wordt gekeken, liggend in ons nest, hangend in het gras, zittend op de achterbank van de auto of wachtend op ons broodje bal. Om ons heen gebeurt het. Om ons heen is het echte leven.

Soms verlang ik daarom terug naar de ‘90s. Naar de tijd van een Ronaldo met een dikke kop, een Harry Vermeegen met een regenjas en een neger met een ketting en een ringbaardje, die voor niemand boog. Dan verlang ik naar de romantiek. De puurheid. De nostalgie. De tijd van zonder telefoon.

‘Rot toch op, ouwe bok, met je ouderwetse gejank’, zal je misschien denken. Dat mag. Maar stel nou he. Stel nou dat we gewoon eens één keer in het jaar een Telefoonloze Voetbaldag zouden organiseren. Een dag waarop de telefoon er niet zou zijn. Op de dag van een uitwedstrijd bijvoorbeeld. Eigenlijk vind ik dat een telefoon altijd verboden zou moeten worden tijdens het navigeren naar de voetbalclub van een tegenstander, al ligt de club nog zo verlaten. Een navigatiesysteem in je auto? Doe ‘m effe uit. Kaarten? Nee. Je moeder bellen of ze je wil brengen omdat je de weg niet kent? Ook niet. Er moet weer gevraagd worden naar de weg. Zonder telefoon.

Het idee is simpel: je volgt wat borden op de snelweg, komt in het dorp van je tegenstander en stopt bij de eerste de beste man of vrouw met hond, boodschappen of bos bloemen. Jij en je teamgenoten draaien allen een raampje open en vragen door elkaar heen: ‘Weet u de weg naar de plaatselijke VV?’ Uiteraard zijn er verschillende antwoorden mogelijk: ‘Het is SV, en tyf op’, zou kunnen. Of ‘Zeker! Maar dat ga ik jullie niet vertellen; ze moeten winnen.’ Of het wordt keurig uitgelegd, maar vijf minuten later blijkt dat jullie een andere richting op zijn gestuurd. Dan vraag je ’t aan de volgende. Om maar te hopen dat je uiteindelijk bij de juiste club uitkomt. De lichtmasten ziet. Het bordje met Sportpark. Of je rijdt rondjes en komt halverwege de 1e helft aan, bij een 1-6 achterstand. Zoals ik ooit al schreef in een ode aan de uitwedstrijd: niets is mooier dan vragen naar de weg.

Een ander ding: die namen van oud-voetballers waar je tijdens gesprekken maar niet op kunt komen. ‘Die mafkees met die paardenstaart en overtredingen, hoe heet -ie nou!’ We zijn geneigd meteen naar dat ding te grijpen, maar op Telefoonloze Voetbaldag mag dat dus niet. Op deze dag zullen we onze hersenen moeten kraken om maar op die ene naam te komen, tot de kantine sluit. Diep in de nacht zullen we pilzend lopen te peinzen en tot 5u s’nachts dronken door de straat struinen om plots met een falafel hangend in onze muil een helder moment te krijgen en samen dronken die verlossende naam te schreeuwen:

‘PATRICK POTHUIZUUUUUH!’

Dat is Telefoonloze Voetbaldag.

Op Telefoonloze Voetbaldag zullen we geen filmpjes kijken, maar verhalen maken. Zullen we geen appjes typen maar geschiedenis schrijven. Zullen ervaringen worden gemaakt die niemand ooit terug zal kunnen kijken. Alles wat gebeurt, zit in ons hoofd: de plek waar verhalen sneller groeien dan het gras in het doelgebied van veld 6. De plek waar kneusjes uitgroeien tot culthelden, lelijke intikkers tot wonderschone stiftjes en winnendedoelpuntenmakers tot mythische, fabelachtige en legendarische helden. Beeld is maar beeld, maar in ons hoofd wordt alles mooier, grootser en theatraler. 


Doe ermee wat je wil. Het is jouw mobiel. Jouw team. Jouw dag. Ik snap het ook, je telefoon niet bij je hebben is zo moeilijk als het aannemen van een bal op een knollenveld. Laten we klein beginnen: houd ‘m nog effe bij je. Maak straks nog effe snel een filmpje van die met de deur open schijtende teamgenoot of van die gruwelijke zaag. Leg nog effe snel die scheids vast met z’n afgewaaide toupet of de derde wissel met z’n broodje bal op de bank, of kijk nog effe snel hoe je bij dat kleine kutdorp moet komen. Maar stop ‘m daarna weg. Stop ‘m weg, kijk rond en geniet. Van het voetballeven om je heen.

Het is maar een voorstel, he.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.