Ode aan de Kelderklasse-kampioen

Een overwinning, gejuich, een snackschaal als prijs, bier, champagne zonder glazen, een losgeschoten kurk in een oog, bier, een duik in ‘t slootje achter ’t sportpark, een snijwond wegens een losliggende tak in ’t slootje, zingend rammen op de kleedkamermuren, een waterzak over de trainer, de trainer in de douche, kontjeglijden in de douche, bier, buikschuivers over de kleedkamervloer, de blote tampeloeres schurend over tegels, buikschuivers over ‘t veld, de witte kadetten stuiterend over de knollenvelden, kampioensshirtjes, gejuich, gezang, frikandellen, bier, een platte kar, bier, buikschuivers over kantinetafels, splinters in tepels, schaafwonden, blauwe plekken, stagediven in de armen van lamme teamgenoten, sleutel kwijt, portemonnee kwijt, in bed, duizelig, braken, in coma, kater.

Zo. Dat was het dan: er zijn weer ploegen kampioen geworden. Dat betekent in ieder geval dat zij niet die klote-nacompetitie in hoeven omdat ze níet net zoals veel andere teams net niet goed of net niet slecht genoeg waren. Een groots hoera, daarom. Hoezee, chapeau, complimenten en een diepe buiging. 

Ik zeg ‘t maar, omdat niemand anders ‘t doet. Oké, misschien hun tegenstander tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen.

‘Hoe staan jullie ervoor?’

‘We zijn kampioen.’

‘Oh, wist ik niet. Van harte dan.’

‘Drie weken al.’

‘Ja joh? Knap. Ik vond jullie al best goed.’

‘Dank je.’

Maar voor de rest zal ‘t stil zijn geweest op ‘t sportpark. Ze zullen zelf de bloemen hebben geregeld. De bakken bier en ‘t vuurwerk. Van de club kregen ze vast een rondje en van de Baas thuis een avondje vrij. Er werd onder de douche en in de kantine vast gezopen en geschreeuwd en ze zullen laveloos huiswaarts zijn gekeerd, om onderweg nog een aantal keer ‘kampioen’ in het Spaans te schreeuwen door de straten en evenzoveel keer op hun muil te stuiteren, omdat de stoepranden niet zo gemakkelijk opzij gingen als hun tegenstanders dit seizoen. Maar voor de rest bleef ‘t stil. Akelig stil. 

Kelderklassers worden nou eenmaal kampioen in stilte.

Zij zullen de plaatselijke krant niet gehaald hebben met een interview of foto, of zijn gebeld door hun oma’s. Zij zullen geen snoepzak hebben gekregen van de kantinebeheerder of door de kantine zijn gejonast door hun eigen supporters. Hun vrienden en familie zullen niet zijn op komen dagen tijdens de kampioenswedstrijd en ze werden maandag waarschijnlijk gewoon weer op hun werk verwacht. 

Wat ze naast die vrije weken zonder periodevoetbal in de brandende zon en ’t missen van een paar mooie zomertoernooitjes nog meer hebben bereikt met dit kampioenschap? Ze gaan komend seizoen een klasse hoger voetballen. Dat betekent dat ze harder zullen gaan moeten rennen, sneller zullen moeten gaan passen en sterker zullen moeten zijn, willen ze daar overleven. Ze zullen dus iedere week op hun kloten krijgen, waardoor hun voetbalplezier met de week zal afnemen, ze steeds minder zullen komen trainen, chagrijniger thuiskomen en steeds meer weekendjes weg zullen boeken met de Baas. Ze zullen zelfs een aantal weken met maar negen man op het veld staan en waarschijnlijk al vier wedstrijden voor het einde van de competitie gedegradeerd zijn.

Maar hé, wat maakt het uit: ze zijn kampioen geworden. Hun team had weer eens een reden voor een feestje. Ze mochten weer eens schreeuwend door het dorp gaan, in bosjes duiken of een braakje leggen voor hun stamcafé. Ze mochten weer per ongeluk met de zus van hun teamgenoot aanpappen of het muurtje van hun buurman omverduwen toen ze er leunend met hun hand tegenaan stonden te zeiken. Zij waren de besten van de slechtsten. Het kaf van het koren. Zij waren goed en die andere teams konden er he-le-maal niks van. En dat is heel fijn voor ze. 

Maar voor al die andere teams, de tot nacompetitie veroordeelden, de prijslozen en de degradanten, zeg ik dit: jullie hebben ’t weer gered. Jullie zijn weer een seizoen doorgekomen. Die extra kilo’s aan jullie lichaam, die druilerige ochtenden op zware knollenvelden, die belachelijke hoeveelheid aanslagen op jullie enkels, knieën en rug hebben jullie er niet onder gekregen. Jullie staan nog. Jullie team staat nog, én: niemand stopt. Als je dát kunt zeggen, ben je een groots kampioen. 

Dus vier het. Verzamel nog een keer. Ga een weekend weg. Regel een zanger en vul een café. Koop bloemen. Haal vuurwerk. Laat shirtjes drukken waarop staat dat je Kelderklasse-kampioen bent en drink en schreeuw met elkaar tot het licht wordt. Kan jullie ’t schelen, niemand die weet hoe ’t echt zit. Voor mij zijn jullie allemaal kampioen.

Herstel ze. Tot over twee maanden. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.