Ode aan Kelderiaanse Herdenkingsdag

Ik word wakker en besef dat het 4 mei is vandaag. Herdenkingsdag. Een dag om stil te staan bij de mensen die overal ter wereld ooit werden getackeld door miserie, verdriet en haat. Zij die geen keuze hadden, maar simpelweg stonden en bestonden op de verkeerde plek in een verkeerde tijd. Zij die keihard werden neergehaald, maar niet meer konden opstaan.

Als wij Kelderklassers worden neergehaald schelden we een potje, mopperen we wat op onze tegenstander, trekken we onze sokken op, krabbelen we op en gaan we weer door. Was het leven maar altijd zo gemakkelijk. Als een ochtend in het weekend op een drassig voetbalveld. Als een jeugdtoernooi voor mijn part. Een leven waarin we ons slechts zorgen zouden moeten maken over genoeg geld voor een ijsje in de kantine. Over dokken voor de boetepot, een kater, maar elf man, een klotescheids, een veel te harde bal of een vergeten handdoek. 

Ik zou oud willen worden in zo’n bestaan. In een bestaan waarin we geen oorlogsslachtoffers hebben, omdat wij alles gewoon slecht voetballend of schreeuwend in de kantine zouden oplossen. We zouden slechts Kelderklasse-slachtoffers kennen: de ongelukkigen op een voetbalveld of daarnaast. De minderbedeelden. De geblesseerden of gedupeerden. De sigaren en pineuten. De o zo hard werkenden voor minimaal resultaat. De voetballers die altijd op een verkeerd moment op de verkeerde plek staan. 

En dat dát dan het ergste zou zijn in het leven.

We zouden niet vóór, maar na de wedstrijd een minuut stilte houden voor hen die weer hun dag niet hadden. We zouden stil zijn voor Pieter met z’n o-benen en handelingssnelheid van een rondworm. Omdat Panna Pieter in de wedstrijd weer eens vier keer door z’n benen werd gespeeld door tegenstander én teamgenoot. En voor Fragiele Frankie die weer eens te laat het veld opkwam, omdat –ie zich nog aan elkaar moest tapen met schilderstape, maar na zeven minuten door z’n enkel ging en moest wisselen. Of voor Karel de Kubus, die net als elke pot weer een aantal keer struikelde, omdat –ie tegen z’n eigen vetrollen aankeek als –ie de bal wilde aannemen. 

We zouden rond de middencirkel staan en een minuut stil zijn voor hen die weer eens pech hadden op de bijvelden. Voor hen die weer eens naast de bal maaiden, mislukte kopduels aangingen en open kansen misten, maar ook voor die kneuzen die ooit de keuze maakten om te stoppen met het mooiste spel ter aarde. We zouden onze Kelderklasse-slachtoffers herdenken in stilte, omdat zij durfden te laten zien wie ze zijn. En na deze minuut zouden we gezamenlijk snoeihard lachen. We zouden schateren, en pissen in onze voetbalbroek, de tranen biggelend over onze wangen. 

Voetbal is oorlog, zei Michels. Maar Kelderklasse-voetbal is geen oorlog. Als voetbal bij ons oorlog was, zouden er geen gewonden vallen. Iedere kogel zou het doel namelijk missen. Bij ons is voetbal juist liefde en geluk. Vriendschap en emotie. Vrijheid om te zijn wie we willen zijn. Van Frenkie de Jong op een dinsdagavond op een pleintje in Arkel tot Diederik Boer voor een garage in Emmeloord. De vrijheid om aan te mogen kloten met een bal op pleintjes of op knollenvelden. De vrijheid om fouten te maken en er helemaal niks van te bakken. Om elkaar af te zeiken, uit te lachen en onderuit te halen. De vrijheid om samen met onze maten te stuntelen op een voetbalveld. 

Dus laat je man dit weekend gerust eens lopen en sta maar gewoon eens effe een minuut of twee stil. Bij die vrijheid. Die o zo mooie vrijheid. Om te ballen, te douchen, te zagen en zuipen. 

Mooier dan dit wordt het niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.