Ode aan ’t korte lontje

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’T zit ‘m in de details. Deze week: een ode aan het korte lontje

Tijd: half 11

Plaats: kleedkamer

‘Goed jongens. We gaan beginnen. Kees, stickie uit je bek. Har, die zakkies weg, daar zaten geen boterhammen in, denk? Rod, poten van de bank en doe wat meer aan behalve je voetbalschoenen; ’t is fris.

Vandaag UNO thuis. Die gasten sporen niet, hebben we de vorige pot mogen ervaren toen die thuisfluiter de pot na zestig minuten staakte, omdat wij nog maar met zes man stonden en zij met drie gebroken oogkassen. Hier hebben we het uitgebreid over gehad. Jullie vinden nog steeds dat we onterecht werden behandeld, dat de scheids tegen ons floot, het publiek niet mee zat en het veld slecht was, maar laten we wel wezen: normaliter is dit geen excuus om drie gasten op hun bek te slaan na zestig minuten voetbal. 

Vandaag klappen we er sportief op. Laten we zien wat we kunnen met een bal. Dus niet zoals in die eerste pot, want dan escaleert het weer gruwelijk de spuigaten uit de pan en kost het ons en de club financieel gezien weer duur geld uit de portemonnee.

Precies elf man vandaag, als onze Rooie Ronnie hier niet al flipt tijdens de warming-up. Dus Ron, koppie erbij. Laat je niet gek maken; het is maar een warming-up. Daarna begint het pas echt. We moeten ons met voetbal bezighouden, niet met randzaken. 

Dan de afwezigen: Stippie zit nog een klein weekie vast en moet daarna nog vier potten schorsing uitzitten, Sjors moet vandaag nog afval prikken voor Halt en Roeltje appte vannacht helaas dat –ie een tikkie had gehad in ’t café en nog een dagje ter observatie moet blijven. Hij zei niet of die observatie in de cel of in ’t ziekenhuis plaatsvond. 

Laten we vandaag de pot ook eens eindigen met elf man, of we nou winnen of verliezen. Ik trakteer op een bak bier als dat gebeurt. Zou de eerste keer zijn namelijk.

John, nadenken dus. Ik snap dat dat moeilijk is, maar houd jezelf es een keertje in, anders sta je weer een maandlang bladeren te scheppen op veld vier. Barkie en Doezoe, voor jullie de taak om vandaag in de middencirkel te blijven, ook als er iets wordt geroepen vanaf de zijlijn. Ben met het spel bezig. En met jullie cirkel. Jullie nemen niet snel een strafblad voor de mond, maar vandaag zal je wel moeten, wil je dit seizoen nog een potje mee ballen. 

Rodney, jij…Rod, wat is er met jou gebeurd? Heb je afgelopen week op een natte krant gelegen? Hoezo vraagt –ie. Overal tatoeaties, man. Je hebt geen witte plek meer over. Inmiddels ook op je snikkel? Nee, hoef ik niet te zien. Godver Rod, doe je broek omhoog. Rod, als er ook maar iemand begint over die inktpot die over je lichaam is gevallen: acceptatie. Loop weg. Doe geen gekke dingen. Sta erboven. Ja, ik weet ook dat die plakplaatjes op je lichaam allemaal een gevoelige betekenis hebben. Hoef je niet weer over te beginnen. Vandaag gewoon voetballen, afgesproken?

Dan Bryan, 1 ding: als ik dingen vanaf de zijlijn roep, kan het zijn dat de betekenis van die dingen figuurlijk bedoeld is. Snap je dat jongen? Dus ‘erop klappen’ bedoel ik niet letterlijk. Of ‘Tot het gaatje gaan’. En bij ‘tandje erop’ bedoel ik niet ‘tandje eruit’ net als vorige week. Simpel. Begrepen? Nee? Ik spreek je na de wedstrijd wel.

Goed. De spiegel is nog heel, de deur zit er nog in en alle neuzen staan dezelfde kant op. Dit ziet er goed uit. Nu hopen dat de neuzen van de tegenstander ook zo blijven staan.

Succes, heren.’

Ik snap het: er bestaat geen ode aan korte lontjes, aan blinde boksringtypes en agressieve rukkers die onze voetbalmiddagen verzieken. Ze krijgen al genoeg aandacht. Asjeblieft: lach erom. Om die sneue bazen die bij het minste de urgentie voelen om iemand op z’n bek te slaan. Lach erom, schudt nee, haal nog even snel je teamgenoot daar weg, loop weg en ga warm douchen.  

Elke gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen berust overigens op louter toeval. En als die gelijkenis er al is, ben ik nog steeds niet bang te zijn dat ze me op komen zoeken, aangezien ze hoogstwaarschijnlijk vóór de laatste regel zijn afgehaakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.