Voorwoord Drs. Vijfje

Voor de 6e almanak van ’s lands zaalvoetbalvereniging, Drs. Vijfje, schreef ik het voorwoord met als thema ‘comeback’.

Brainstormend over de inhoud van dit schrijven, schoten mijn gedachten naar een ode die ik op 8 december 2017 schreef voor De Kelderklasse. Een ode aan voetbalcommentator Emile Schelvis. Ik schreef de ode, omdat –ie op een doordeweekse avond in het jaar 2010 onder tl-licht de mooiste zaalvoetbalkneuzenactie ooit maakte. Een actie die ook nog eens gefilmd werd voor een documentaire over WIA 4, het zaalvoetbalteam van Hugo Borst. Zoek ’t filmpje asjeblieft zo snel mogelijk op en sla ‘m op in je intern geheugen, op je USB of diskette; voor je ’t weet verdwijnt –ie in de krochten des internets. Je weet niet wat je mist.

Waarom ik hierover begin? Omdat we ooit allemaal zo’n Schelvis-actie zullen maken in de zaal. Dat is zuur en even slikken, maar het de pijnlijke waarheid; hoe ouder we worden en hoe langer we zullen doorgaan met zaalvoetballen, hoe groter de kans wordt dat we ooit allemaal ten onder zullen gaan aan ons eigen veel te hoge verwachtingspatroon en onze irrationele zelfkennis over het feit dat we echt nog wel meekunnen in de zaal. 

Ben gerust: je hebt nog even. Je bent student. Een student weet als geen ander hoe –ie alles moet combineren terwijl –ie blessures ontwijkt, soa’s uitgezonderd. In je studententijd is je weerstand op zijn best. Kun je spaghetti van vijf dagen geleden eten, een nacht doorhalen met FIFA en Schultenbräu en de volgende dag weer vrolijk overdag een tentamen, in de avond een zaalvoetbalvoorzet en in de nacht een dispuutsmeisje in de kroeg binnenkoppen. 

Maar ook jij wordt ouder. Ook jouw botten worden brozer. Ook jij hebt straks spieren die voelen als de uitgedroogde elastieken van een gepensioneerde postbode en een draaicirkel van een Engelse dubbeldekkerbus. Nu dempt die vloer nog lekker, is de bal jouw beste vriend en kun je urenlang doorbrengen in een ruimte waarin de luchtvochtigheid hoger is dan het tropisch regenwoud in Brazilië. Maar ooit komt dat moment. Dat het publiek op de banken gaat, omdat jij de bal met je standbeen net een klein beetje aantikt voordat je wil gaan trappen, hierdoor met je schietbeen volledig mistrapt, struikelt en uiteindelijk belandt op een treurig gymzaalbankje met een even zo treurig plastic bekertje ijs. 

Het zal door je hoofd schieten: was ik maar eerder gestopt. Toen ik nog kon kappen en draaien. Rennen en schieten. Maar asjeblieft, ga door. Ga door tot je niet meer kunt. En kom dan weer terug. Creëer brandwonden, ga door je enkel of rug en kom weer terug. Krijg plofballen tegen je neus of in je zak en kom weer terug. Krijg tikkies in je knieholtes, scheur hamstrings, verrek liezen, maar kom asjeblieft snel weer terug. Want voor je het weet, is het voorbij. Laat het piepen van je zaalschoenen wedstrijd na wedstrijd echoën in de zaal en spreek uit naar elkaar dat jullie team doorgaat tot jullie niet meer kunnen. Bezoek Dokters en herstel. Lap Vijfjes en drink bier. En voetbal in stinkzalen met plofballen. Mooier dan dit wordt het niet.

Dion van Meel


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.