Ode aan het trainingspak

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’t Zit ‘m in de details. Deze week: een ode aan het trainingspak.

Het volwassen trainingspak sterft uit. 

Je weet wel, zo’n pak dat tegenwoordig alleen nog wordt gedragen door volwassen sjakies met sjekkies. Waar we als kind het liefst hele dagen trots rondliepen in het trainingspak van onze favoriete profclub of het door het bedrijfje van de vader van een teamgenoot gesponsorde amateurclubtrainingspakje, lijkt het volwassen trainingspak nu vooral een teken te zijn dat we wissel staan.

We liepen ermee op school te pronken. Gingen er zelfs mee op de schoolfoto. We droegen het op fuiven, bij het schuifelen en in het weekend. Heel de week wilden we lijken op die grote mannen en vrouwen van het profvoetbal. Maar die tijd is voorbij. Behalve onze profs, kunnen alleen gymdocenten zich overdag nog in trainingspakken vertonen, al wacht ik met smacht op de eerste gymdocent die de lessen geeft vanaf de zijlijn als een in maatpak gehesen Pep Guardiola.

Voor de rest zie ik ze nergens meer bij ‘de grote mensen’. Zelfs op trainingen zie ik ze nog nauwelijks. Misschien omdat ‘t ons gewoon niet meer zoveel uitmaakt hoe we eruitzien op een training. Misschien zijn we allang blij dat we alles hebben meegenomen. Of dat we er überhaupt zijn. Dus dragen we geen trainingspakken meer, maar lelijke truien van failliete Griekse clubs of op de markt in Marrakesh gekochte voetbalshirtjes met het embleem niet op de borst maar op de schouder genaaid, met achterop namen als Frenky de Yong of Vurgul van Deik, of met volgens die Thaise marktkoopman de naam van een bekende Thaise voetballer in het Thais, terwijl het achteraf gewoon een gerecht van rauwe bloedsoep met fijngestampte kevers blijkt te zijn. Met zulke shirts en net iets te oude, kleine en te snel uit de la getrokken trainingsbroeken gaan wij tegenwoordig het veld op. Het doet ons niks meer.

Sindsdien heet Bob bij ons geen Bob meer, maar El Jakko. Als een gesoigneerde Spanjaard met gepoetste schoentjes, de haartjes strak in de lak en een strak zwart trainingspak steelt El Jacco iedere training de show. Het liefst willen we dat hij iedere training stilstaat. Met de handen in de zij. Wegkijkend in de diepte. Want dit trainingspak staat hem goed. El jako doet menig teamgenoot verbleken als deze met een schrale trui van een onbekende club, een trainingsbroek uit de gevonden voorwerpen en wat verwassen voetbalsokken onder z’n ingetapete Copa’s naast hem staat. Het liefst spelen we El Jako daarom geen bal aan. Omdat zijn motoriek er ieder moment voor zou kunnen zorgen dat –ie uit zijn perfect gestylde pak scheurt en het beeld van die soepele Spanjaard voorgoed zal doen verdwijnen. 

Gelukkig heb ik Bob in mijn team, een jongen die al jaren niet meer had gevoetbald, maar dit seizoen besloot het toch weer eens te gaan proberen in ons team. De eerste maanden kwam –ie aan met een rugtas, een korte broek met witte tennissokken en een oud Barça-shirtje. Alsof –ie ging zwemmen. Toen het frisser werd, kocht zijn vriendin voor hem een keurige zwarte strakke voetbaltas, met als kers op de taart een prach-tig zwart trainingspak. Uit alles bleek dat de vriendin van Bob stijl had. En dat Bob thuis helemaal niks te vertellen had. Het trainingspak bleek er eentje van het merk JAKKO, een nostalgisch merk waarvan ik dacht dat het net als Billabong en Kipling een tragische duik had genomen in de kuil der volwassen vergetelheid. Niets was minder waar; JAKKO leefde. Dankzij Bob. 

El Jakko heeft er schijt aan. Hij is geen gymdocent, of een sjakie met een sjekkie. Hij traint niet in een fout trainingspak alsof –ie dit weekend de carnavalsoptocht gaat lopen. El Jakko is nog steeds die pupil. Een pupil in zijn favoriete, prachtige, strakke trainingspak. 

*De naam Bob is om privacyredenen gefingeerd. Hij heet eigenlijk Niels. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.