Onvoorwaardelijke liefde

Ik kan er niks aan doen. Moet naar haar kijken. Net zo lang tot ik haar niet meer zie. Vaak zie ik haar als ik in de auto zit. Dan passeer ik, maar kijk ik net zo lang tot ze uit het zicht is verdwenen. Het liefst rijd ik dan terug. Maar vaak zie ik haar weer ergens anders. En kijk ik weer. Net zo lang tot ik niet meer kan.

‘Kijk, een voetbalveld’, zeg ik dan tegen mijn vriendin. En dan zucht ik. Ze kijkt me dan wat vreemd aan. Vindt het niet zo leuk. Snapt het niet. Maar ze went er al aan. ‘Kijk, een voetbalveld’, zegt ze al vaak. Soms is er dan helemaal geen voetbalveld en lacht ze. Dan zucht ik ook, uit teleurstelling. Maar is er wel een voetbalveld, kan ik uren kijken. Naar een doel. Zo’n oud, vervallen doel. Met hangende netten en kromme haringen die uit de grond steken. Met afbladderende verf op het aluminium. Naar de soms ietwat scheefgetrokken kalklijnen. Naar de bladeren op het veld, het modderige doelgebied of dat kleine kassahokje aan de rand van het veld dat al jaren dicht is. Altijd zoek ik naar een naambordje van de club. Word ik nieuwsgierig. In mijn fantasie zie ik op het veld het 8e voetballen. Dikke mannen in te strak gewassen shirtjes. Vaak verticaal gestreept. Geen 1e elftal, nee, het achtste, met mannen die al over hun top zijn. Ik denk na over de spelers. Zij zijn hier opgegroeid. Hebben hier honderden herinneringen, zoals ik die ook heb bij mijn cluppie. Ik kijk en mijn gedachten dwalen verder.

Ik word warm van het voetbalveld. Hoe koud het ook is. Mijn vriendin zegt vaak dat ik niet romantisch ben. Ik leg haar uit dat dit romantiek is. Ze begrijpt het niet. Hoeft ook niet, ik ben verliefd op het voetbalveld. Dit is onvoorwaardelijke liefde. Ik kan er niets aan doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.