Ik wou dat ik Dick was

Ik wou dat ik Dick was.

Dat ik gewild was. En kalend, dik en rijk was. Dat ik voetbaltrainer was en de clubs voor het kiezen had. Dat ik zelf kon bepalen wanneer ik het gezien had. Dat ik ieder jaar kon zeggen dat het mooi was geweest. Maar dat ik altijd stiekem nog een jaartje door ging met dat feest. En nog een jaartje. En nog een jaartje. Ik was toch overal al geweest.

Ik wou dat ik me op mijn 71enog iedere dag in trainingspak mocht hijsen. Dat ik met hese stem naar scheidsrechters en de VAR mocht krijsen. En dat iedereen me zag. Ook op plekken met een andere vlag. En altijd met een lach. Dat ik was geweest op heel de wereld. In Haarlem en Zuid-Korea. In Mönchengladbach en de Emiraten. Iedereen hield me in de gaten. Wilde over mij praten. Iedereen wilde mij zijn. Een man zo krachtig, slim en klein. 

Ik wou dat ik dreef in voetbalprijzen en Feijenoord af kon wijzen. Dat ik iedereen advies kon geven hoe te leven, hoe te geven. Dat ik kon bedanken voor de Rotterdamse eer door de negatieve sfeer. Dat ik kon zeggen dat ik zal stoppen. Totdat een nieuwe club aan zal kloppen. En ik weer mijn koffers pak. Omdat ik verslaafd ben aan mijn vak.

Ik wou dat ik Dick was. Lachend met de armen over elkaar, leunend op zijn pens. Dat. Dat is mijn grote wens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.