Ode aan sneeuwballen

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’t Zit ‘m in de details. Deze week: een ode aan sneeuwvoetbal.

Onze koninklijke vrienden van de Nederlansche voetbalbond hebben onze wedstrijden dit weekend eruit gegooid. Allemaal. Juist nu de velden er eindelijk eens een keer strak bij liggen en er geen polletje is te zien, nu we eindelijk eens keer baat zouden kunnen hebben bij dit weer, last de bond het af. Gemiste kans, zeg ik.

Juist nú zouden we heerlijk moeten sneeuwballen. In de kou. Met een maillot en handschoentjes aan, als Romario. En met een lelijke col tot onze neus opgetrokken. Juist nu de temperatuur gelijk is aan ons niveau en de bal zich moeizaam een weg over het witte veld baant waardoor zelfs de slechtste Kelderiaan dat ronde ding moeiteloos zou kunnen aannemen, gelasten ze het af. Juist nu de kater van gisteravond sneller had kunnen verdwijnen dan ooit, omdat we met onze kop gegarandeerd waren beland in een laag sneeuw van -5, mogen we niet.

We hadden eindelijk eens in het maagdelijk wit kunnen spelen, en zonder naaiende vlaggers, omdat de lijnen toch niet te zien zouden zijn. We hadden elkaar eindelijk weer eens keihard uit kunnen lachen na een stille winterstop omdat er gegarandeerd geen gekleurde bal zou zijn geregeld waardoor we dus constant volledig naast die onzichtbare bal zouden maaien. We hadden vandaag onze foute inspeelpasses en kansloze verdedigingsacties kunnen herstellen met scherp gegooide sneeuw- en ijsballen op achterhoofden en knieholtes, en we hadden kunnen juichen door ons rugnummer in de sneeuw te pissen. Maar nee hoor: het is afgelast. Jammer.

Juist nu. Nu we ons weer eens hadden kunnen voelen als F’jes in de ochtend, vechtend op een kluitje in de sneeuw, glijdend naar die bal en rillend van de kou met de handen in de mouwtjes, mogen we niet op de velden. Het had zo mooi kunnen zijn. We hadden daar kunnen staan. Met z’n allen. In de sneeuw. Met een bal. En een lelijk potje sneeuwbal.

Maar ja, dan wacht ik nog wel een weekie. Blijf ik wel weer thuis. In m’n nest. Tegen de kachel aan. In m’n pyjama. Kijk ik wel weer heel de dag herhalingen van de beker, naar Humberto, Wilfred, Kees en Tom met hun tafels vol geouwehoer en naar Match of the day. Ik zal het wel weer slikken dat m’n klauwen er vandaag niet af zullen vriezen in de ijzige kou en ’t zaakje blauw aan zal slaan en in z’n schulp zal kruipen. Ik blijf wel weer gewoon heel de dag op de bank hangen met één hand in de warme broek en bestel wel weer een pizza in de middag. Ik zal wel weer dat mietje zijn, maar ja: alles voor de bond. 

Training? Neu, hoeft niet. Is niet goed voor het gras. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.