Ode aan de stinktas

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’t Zit ‘m in de details. Deze week: een ode aan de stinktas.

Tja. Eigen schuld. Je wist het: toen je jouw voetbaltas die laatste pot voor de winterstop in de hoek van de gang flikkerde, had je beter moeten weten. 

Ik snap het hoor, die derde helft was uitmuntend. Je was al blij dat je die tas überhaupt uit de kantinerekken had meegenomen toen je oogleden al op de tegelvloer hingen en de kantinedeuren sloten. Maar het was je gelukt. Je sloot die avond af met de helderheid die je op het veld al jaren ontbeerde. De helderheid om je tas, je jas en jezelf mee naar huis te slepen in het holst van de nacht. Je was vergeten hoe, maar je was thuisgekomen. Met de juiste tas. Eindelijk had je twee maanden welverdiende voetbalrust. 

Thuisgekomen slingerde je die tas ouderwets in de hoek en ging je naar bed. En nu, twee maanden later, word je wakker uit je voetbalwinterslaap. Omdat je tien minuten voor aanvang je tas nog moet gaan pakken voor die eerste wedstrijd na de winterstop. Waar –ie stond wist je nog wel, maar dat was dan ook het enige. Dat je er nog een banaan in had zitten die je speciaal had meegenomen voor in de rust van die laatste wedstrijd omdat het je wel wijs leek om dan even wat te eten, aangezien die in de nacht verorberde pita kaas nogal hoog zat en je voor de wedstrijd niks binnenkreeg, maar tijdens de rust toch meer zin had in een stukkie Snickers van de buurman dus die banaan maar even in het zijvakkie liet, was je even vergeten. Dat het negentig minuten met bakken uit de hemel kwam tijdens die pot, waardoor je voetbalschoenen tijdens de wedstrijd al bijna uit zichzelf besloten om de kleedkamer eerder op te zoeken, was jou even ontschoten. En dat je de kleffe handschoenen van de keeper had geleend na de pot omdat je dacht dat je die nog nodig zou hebben tijdens een kerstzaalvoetbaltoernooitje dat uiteindelijk toch niet door bleek te gaan omdat je geen vijf man bij elkaar kon krijgen, was ook even aan je aandacht ontglipt.

Dus nu maak je de tas open en tref je naast een natte handdoek, een smerige boxer en een vette bitterballenschaal waarvan je niet wist dat -ie er door een teamgenoot was ingedaan toen jij stond te pissen, een zwarte banaan van twee maanden oud, zompige voetbalschoenen en een paar kleffe, half afgekloven handschoenen van de keeper aan.

En dan ga je heel even over je nek. In de ochtend. In het weekend. 

Dat mag. Want wij weten allemaal: het gaat niet de laatste keer zijn dat je tas wegmeurt in een hoek. Echt hoor, een bloemenkransje en een kroon voor die verzorgde teamgenoot die wél altijd keurig dat plastic tasje meeneemt om zijn vuile was in te deponeren na een pot, waarna hij keurig bij thuiskomst het tasje leegt in de trommel, ondertussen zijn keurige voetbalschoentjes vult met kranten, de was er na twee uurtjes keurig uitpikt en keurig aan een lijntje hangt, het stapeltje keurig opvouwt en keurig netjes in de kast legt, de kranten uit de schoentjes haalt en de schoentjes even keurig invet en op een keurig rekje plaatst, wachtend op het volgende voetbalmoment. Maar wij gaan dit de volgende keer dus echt niet doen. Dat weet jij. Dat weet ik. Dat weet iedereen. En dat is niet erg. 

Hoe klote de baas thuis dat ook vindt; ons hart gaat niet sneller kloppen van een keurig netjes opgeruimde voetbaltas. Het wordt juist wild van die bedompte lucht van natte handdoeken, rotte bananen en boxers met bruine strepen. Hoe bedompter de lucht, hoe meer trek in een ouderwetse pot voetbal.

Dus we laten die tas staan daar in de hoek. Zo lang mogelijk. We accepteren het gezeik van thuis. Dat –ie stinkt en in de weg staat. Tot die ooit zo mooie zwarte voetbalschoenen van je eruit zien als een verschrompelde mandarijn van zes weken oud en straks aan zullen voelen alsof je in een stinkende uitgehouwen hunebed met uitgedroogde dropveters stapt.

Dat is het moment dat je weet: we mogen weer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.