Ode aan de materiaalman

Iedere week schrijft Dion van Meel een ode aan de Kelderklasse. Aan onze onvoorwaardelijke liefde voor knollenvelden, harde ballen en bier. Van Meel staat aan de zijlijn en geeft commentaar. ’t Zit ‘m in de details. Deze week: een ode aan de materiaalman.

Als ik op dinsdagavond bij de voetbal aan kwam fietsen, zat -ie er al. Roerend in z’n mok, kauwend op een roerstaafje. In de hoek van ‘ut keukentje’, zoals zijn tweede woning werd genoemd, stond het oude tv’tje aan en het koffieapparaat ernaast stond zichtbaar al veel te lang dezelfde filterkoffie warm te houden. Op de tafel lag de krant van maandag, trots opengeslagen op de sportpagina van het regionale voetbal. “Euj! Bende d’r al? Maak ik ’t deurtje effe voor je open, jongen. Wat een wedstrijd he, afgelopen weekend? Praaachtig! Gin moment in gevaar geweze!” Als ouwe Adje praatte, hoefde je zelf niet te praten. Adje vulde niet alleen de ballen; Adje vulde de stilte. Adje trok niet alleen de lijnen; hij trok ons vooruit. Adje maakte niet alleen de thee; hij maakte het ons naar onze zin. Ad was onze materiaalman.

Ad in dat keukentje, Ad met de trekker in de kleedkamer, Ad die de pylonnen opstapelde in het hok: het leek zo normaal. Lang besefte ik niet wat hij daar deed. Dat -ie eigenlijk álles deed. Dat -ie daar niet net was aangekomen zoals ik voor een paar uurtjes plezier, maar er de hele dag al was. Ad waste, pompte en streek. Hij kalkte, veegde en keek. Of de netten vasthingen. Of er geen gaten in het hek waren geknipt. Of er geen jongens onder het hek door waren gekropen voor een potje op het ingezaaide veld. Ad was er. Dag in dag uit. We staan er te weinig bij stil. Terwijl wij staan te stuntelen, te ploeteren en schoffelen op veld 6, houden mannen zoals Ad onze club in leven. Zij ruimen onze rotzooi op en strijken onze pollen glad alsof er niks is gebeurd. De liefde van een materiaalman voor een club gaat dieper dan wij ons kunnen indenken. Een club heeft de materiaalman nodig als gras zijn water, een bal zijn lucht, een kleedkamer haar scheten.

Het zou daarom een verplichting moeten zijn voor iedere clubvoetballer: één dag per seizoen meelopen met de materiaalman, zodat hij jou kan laten zien wat echte liefde is. Hij zal je tonen hoe hij haar gras maait, als een kam die door haar lange haren gaat. Hij zal je leren hoe hij haar velden sproeit, als een vader die zijn kinderen wast. Hoe hij de lijnen trekt met passie en precisie, iedere bal oppompt tot 7 bar – “Oe hersens motte nog langer mee” – en ze eventjes laat stuiten. Hij zal jou laten zien hoe hij haar, de liefde van zijn leven, verzorgt en gelukkig houdt. De materiaalman is de Romeo van het sportpark.

Fuck die speciale Dag van de Materiaalman ergens in september. Die moeten we toch helemaal niet nodig hebben om hem te eren. Loop dit weekend gewoon eens bij ‘m langs en zeg eens niet alleen gedag. Neem eens de tijd, ga tegenover ‘m zitten en zwijg. Geniet eens van dat wat komen gaat. Laat ‘m praten, mopperen en schateren. Vraag ‘m naar z’n jeugd, z’n thuis of z’n voetbalcarrière. En haal na de training de overgeschoten ballen achter het hek, in de sloot en op de parkeerplaats nog even. Zo bedank je iemand die altijd met onnoemelijk veel liefde zorgt voor de grootste bijzaak in jouw leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.