Gianluigi en de Hand van de Paus

Een week geleden speelde de Italiaanse grootheid Gianluigi Buffon zijn duizendste wedstrijd als prof. Alleen Peter Shilton (1390 wedstrijden), Rogério Ceni (1234 wedstrijden) en Ray Clemence (1118 wedstrijden) staan boven hem in de Keepersclub van Duizend. Het zijn namen die voor velen klinken als vage kennissen. De naam Buffon galmt echter nog iedere week door vele kantines. Buffon is nog niet klaar. Buffon is pas klaar als de Paus zegt dat hij klaar is. Ooit zal de Paus hem bellen en zeggen: “Gianluigi, gij zult stoppen; Donnurama is er klaar voor.”

Sommige keepers veranderen tijdens hun carrière in mythische figuren. In Nederland heeft alleen Johan Cruijff die status behaald. Wij zijn daarvoor te nuchter; als je als Nederlander vier Champions Leaguefinales speelt, wil dat nog steeds niet zeggen dat Hollanders je op handen gaan dragen, want je hebt een penalty gemist. In Italië werkt dat iets anders. In Italië wordt het gezien als je iets groots presteert. In Italië blijf je de club trouw die jou groot heeft gemaakt. In Italië wordt een sportheld gezien als god. Gianluigi Buffon is zo’n god. Op zijn zeventiende maakte hij zijn debuut bij Parma en op zijn negentiende bij het Italiaanse elftal. Nu staat hij al zestien seizoenen onder de lat in Turijn en is hij de onomstreden eerste doelman van Italië.

Ondertussen wordt in Milaan een zeventienjarige keeper klaargestoomd om de taken van Buffon over te nemen: Gianluigi Donnurama. De keeper van AC Milan wordt nu al gezien als de erfgenaam van Buffon en moet dat gaan laten zien als Buffon ermee stopt. Voor het echter zover is, kan hij als tweede keeper van Italië leren van zijn mentor. Volgens velen zal Donnurama om moeten leren gaan met de druk die hij op zijn schouders voelt. De druk om de verhalen over Buffon te doen vergeten. Maar dat zal geen probleem voor ‘m zijn.

Normaal gesproken geloof ik niet zo snel in god. Soms twijfel ik even, zoals bij onze Johan, maar meestal ben ik er eentje van het Hollandse ‘eerst zien, dan geloven’. Tenzij het om Italiaanse keepers gaat. Keepers van het Italiaanse Elftal keepen met een extra hand. Een hand die hen helpt om blunders te voorkomen, dan wel te herstellen. Het is de hand van de Paus die ervoor zorgt dat in het Italiaanse Elftal altijd een groots keeper zal staan. Met een lichte twijfel zocht ik de betekenis van de naam Gianluigi op. Nu weet ik het zeker; het staat immers geschreven:

‘Gianluigi: Beroemd krijger, God is verzoenend.’

Dit bericht is geplaatst in Over taal. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.